Sørfjorden 2

Sørfjorden 2

Aan de Noorse westkust is het vaak onvermijdelijk dat je met veerboten van de ene naar de andere landtong oversteekt, wat het voordeel heeft dat je het land en de fjorden vanaf het water kunt bekijken. Kenmerkend voor fjorden zijn bergachtige kusten met diepe insnijdingen en steile hellingen, die zich ook onder water tot op grote diepte voortzetten. De fjorden liggen vaak aan het eind van U-vormige dalen, die ontstaan zijn door de uitschuring van landijs tijdens de ijstijden. Het komt geregeld voor dat een fjord aan de monding minder diep is dan verder landinwaarts. Dit wordt veroorzaakt door het puin (de morene) dat de gletsjer op zijn terugtocht achterliet. Deze verhoging, in het Noors een fjordterskel (fjorddrempel) genoemd, zorgt ervoor dat het water in een fjord zich rustiger gedraagt dan in de open zee erbuiten. Hierdoor zijn veel fjorden natuurlijke havens. Een gevolg van deze fjorddrempel is wel dat de verversing van water wordt belemmerd, waardoor verontreinigd water lang in een fjord kan blijven. Een ander gevolg is dat het fjord-water in de zomer, als er veel smelt- en regenwater wordt toegevoerd, aan de oppervlakte meestal zoet is, terwijl het op grotere diepte zout is. In de winter is het water overal vrij uniform zout. 100 x 75 cm, © 2014, € 1 500,00
Tweedimensionaal | Schilderkunst | Olieverf | Op papier