Roek

Roek

100 x 75 cm, © 2015, € 1 500,00
Tweedimensionaal | Schilderkunst | Olieverf | Op papier
De roek is vrijwel even groot als de zwarte kraai, ongeveer 46 centimeter lang. Het verenkleed is zwart met een blauwige metaalglans. De snavel is ook zwart, iets naar beneden gebogen en wat slanker dan die van de zwarte kraai. Als het dier wat ouder is, wordt de snavelbasis kaal en de onderliggende grijze huid zichtbaar. Het bovendeel van de poten is, anders dan bij zwarte kraaien, met wat veren bekleed. Deze 'broek' maakt ook jonge roeken in het veld herkenbaar. De beide geslachten zijn gelijk gevederd en even groot. De roek kan luidruchtig zijn en heeft een groot aantal geluiden tot zijn beschikking, die deels met die van de zwarte kraai overeenkomen. Ze leven het gehele jaar in groepen, slapen samen in slaapbomen en broeden in soms zeer grote kolonies. Op de bodem verplaatst de roek zich met plechtige passen of met sprongetjes, in de lucht met een krachtige vleugelslag en een vrij lange glijvlucht. Roeken vormen een paar voor het leven. Partners begroeten elkaar met een soort paradepas, waarbij de vleugels licht worden opgetild. Net als andere kraaiachtigen, zijn ze uitgesproken nieuwsgierig en kunnen makkelijk kunstjes leren. In het voorjaar ziet men dan ook vaak spelvluchten en luchtacrobatiek. Ze spelen spelletjes met groepsgenoten, zoals dingen laten vallen en opvangen of samen schommelen op een tak. Na het uitvliegen sluiten de jongen zich aan bij een troep leeftijdgenoten. In deze jeugdgroepen vindt na circa een jaar de paarvorming plaats.