Bosuil

Bosuil

100 x 75 cm, © 2013, € 1 500,00
Tweedimensionaal | Schilderkunst | Olieverf | Op papier
Getoond op KUNSTFIETSROUTE CASTRICUM
Bosuilen komen in bijna heel Europa voor. Loofbossen vormen de belangrijkste biotoop, maar ze zoeken ook regelmatig het landelijk gebied op, mits er voldoende bosjes met enkele oude bomen aanwezig zijn. Die bomen worden gebruikt als uitkijkpost om naar potentiële prooien te speuren en om in te broeden. Deze bosuil heeft zijn leefgebied in Lapland, waar veldmuisjes zijn voornaamste bron van voedsel vormen. De vogels worden zo’n 40 centimeter groot en de vleugelspanwijdte bedraagt 80 tot 95 cm. De kleur varieert van bruin tot grijs. Ze zijn gestreept, hebben zwarte ogen, een enigszins gedrongen vorm en geen oorpluimen. De bosuil jaagt vrijwel alleen in de schemering en 's nachts, overdag houdt hij zich schuil in de top van een boom. Toch zijn ze soms ook overdag te zien als ze geplaagd worden door kleine vogels die hen proberen te verjagen. Het voedsel bestaat voornamelijk uit muizen, maar ook andere kleine zoogdieren en vogels worden gegeten. De onverteerbare delen van zijn prooien worden in de vorm van braakballen uitgebraakt. Een bosuilen paartje blijft elkaar het hele leven trouw, pas als de partner overlijdt gaan ze op zoek naar een ander. Ook blijven ze hun hele leven in hetzelfde territorium. De broedperiode is van februari tot juni. Het vrouwtje legt tussen de 3 en 6 eieren die na ongeveer een maand broeden uitkomen. De jongen blijven zo’n 20 tot 25 dagen in het nest, maar gaan dan al vroeg op ontdekkingstocht in de takken rondom het nest. Daarna blijven ze meestal ongeveer 3 maanden in het territorium van de ouders voordat ze hun eigen territorium gaan zoeken.