Deze map bevat kunstwerken die ik gemaakt heb n.a.v. indrukken op een reis door Engeland en Schotland, o.a. de Schotse Hooglanden, langs de kust, Engelse- en Schotse tuinen.

uit 2015 tot 2017 (klik op de afbeelding om het werk groter te bekijken)
stuur een bericht naar de kunstenaar

Durness stones 7

2017

Dit is een deel van een stuk steen aan de kust van Durness in het noorden van Schotland. Het landschap van dit gebied is in schril contrast met de omgeving, die over het algemeen vrij vlak en vruchtbaar is. Voor zo'n relatief klein gebied, heeft het n.l. een ongewoon grote verscheidenheid aan rotsen. Dit is te wijten aan een uitgebreid stelsel van breuken in de omgeving, waardoor een grote verscheidenheid aan steensoorten van verschillende leeftijden met elkaar in contact is gekomen. Als gevolg hiervan is Durness tijdens de zomermaanden een populaire bestemming voor geologie-studenten

Erchite Woods 1

2017

Op de hellingen tegenover Urquhart Castle bij Loch Ness in Schotland, is het haast niet te vermijden dat je gaat geloven in wezens die niet bestaan. In dit bos bekruipt je het gevoel dat je door trollen, monsters of kabouters wordt bekeken. Het zou je niet verbazen als er in het meer een prehistorisch dier zou  zwemmen, of als er in het donkere bos een reus zou verschijnen. Een reus met een Schotse kilt en rode laarzen en op zijn jasje knopen van berkenbomen, die erop genaaid zijn met schapenwol. Waarschijnlijk is hij van plan om een maaltje vis te verschalken, tenslotte moet hij ook elke dag aan zijn voedsel zien te komen. Nu maar hopen dat hij me niet in de gaten krijgt, want ik weet niet of ik me snel genoeg  uit de voeten kan maken…. Eén ding is zeker: het is hier een avontuurlijke gebied!

Erchite Woods 9

2017

Erchite is de naam van een sparrenbos op de hellingen boven Loch Ness in Schotland. De sparappels zijn een favoriet voedsel voor rode eekhoorns, dus er is een zeer gezonde populatie van deze dieren. Vanuit het bos heb je een fraai uitzicht op Loch Ness. Gezien de spookachtige sfeer van deze omgeving, kom je al gauw op de gedachte dat hier wel een prehistorisch dier zou kunnen leven, en volgens de sage is dat ook zo, het gaat hier om Nessie. Sommige mensen denken dat Nessie (een geëvolueerde versie van) een Plesiosaurus is, die zich in Loch Ness gevestigd heeft. Eén Nessie zou het natuurlijk geen 65 miljoen jaar volhouden, dus zouden ze zich in stand hebben moeten houden in een waarschijnlijk kleine populatie. In het jaar 2000 vond de meest recente zoekexpeditie van grootschalige omvang plaats. Twaalf wetenschappers trokken er met boten en sonarapparatuur op uit. De expeditie kwam een object tegen van zo'n vijf meter lang dat ongeveer de vorm had van Nessie. Om te controleren of het niet eventueel een wrak van een bootje was, voer men nogmaals over dezelfde plek, maar het object was ditmaal weg. Er drijft dus in ieder geval iets massiefs rond, maar de vraag is: wat? Het zou een jong kunnen zijn of een volwassen Plesiosaurus die door miljoenen jaren evolutie kleiner is geworden omdat de prooidieren dat ook werden. Overleven in Loch Ness is niet makkelijk omdat er weinig voedsel is, maar aan de andere kant leven de dieren die er voorkomen er al een hele tijd en kan er een goed functionerend ecosysteem ontstaan zijn.

Glamaig 3

2017

De Glamaig oftewel ‘de Gierige Vrouw’ is een heuvel met een hoogte van 775 meter op het eiland Skye in Schotland.  Hij heeft een hoge puinhelling, waardoor hij vanuit veel hoeken op een perfecte kegel lijkt. In het jaar 1889, wist een Ghurka met de naam Harkabir Tharpa, de Glamaig op zijn blote voeten in 37 minuten te beklimmen. Zijn totale tijd voor een rondje Glamaig bedroeg 55 minuten. Inmiddels is daar een jaarlijkse wedstrijd uit voortgekomen, maar de recordtijd van Tharpa bleef behouden tot in de jaren tachtig. Tegenwoordig slagen bergbeklimmers erin om het in enkele minuten minder te doen, maar zij doen het wel geschoeid…. Rond deze heuvel zie je veel haviken en aan de voet graast de roodbruine Schotse Hooglander. Haviken duiken vanuit een hoge vlucht op hun prooi, meestal middelgrote vogels of zoogdieren zoals konijnen, en kunnen daarbij op korte stukken een relatief grote snelheid (80 km per uur) ontwikkelen.

Gras Applecross 1

2017

 In het Tertiar, dat zo’n 65 miljoen jaar geleden begon, ging de samenstelling van de atmosfeer van de aarde steeds meer op die van tegenwoordig lijken. In dit tijdperk ontstaan voor het eerst grassen en graslanden en komen de zoogdieren tot een rijke ontwikkeling. Grassen hebben zich zeer succesvol over de aarde verspreid, dankzij hun onder- en bovengrondse uitlopers en overwinterings-knoppen iets onder het maaiveld. Maar ook door het feit dat ze meerdere groeipunten hebben, in de halmen (vlak boven de knopen) en aan de bladbasis. Dit in tegenstelling tot de meeste planten, die hun groeipunt alleen aan het boveneinde van de stengel hebben. Daarom groeit een grasblad, nadat het is afgevreten, afgemaaid of afgebrand, vanaf de basis gewoon weer aan! Waarschijnlijk zijn de grassen gelijktijdig en in wisselwerking met grote grazers geëvolueerd. Bij de grote grazers heeft deze co-evolutie geleid tot aanpassingen van het gebit en de spijsvertering, waardoor ze cellulose goed kunnen verteren. De herkauwers met hun systeem van meer magen zijn wat de spijsvertering betreft het verst geëvolueerd. Bij dit gras in Applecross in Schotland kun je het gevoel hebben dat het eerste gras er zo moet hebben uitgezien. 

Loch Oich 1

2017

De zuidelijke begrenzing van de Schotse Hooglanden wordt gevormd door een breuklijn tussen twee aardplaten, die in tegengestelde richtingen aan elkaar bewegen. De noordelijke Highlands-aardplaat behoort eigenlijk bij het Amerikaanse continent. De breuklijn loopt door de Great Glen (het grote dal), met daarin de meren Loch Ness, Loch Oich en Loch Lochy. Je zou je kunnen afvragen of het monster van Loch Ness niet via die breuklijn naar de Noordzee of de Atlantische Oceaan kan zwemmen…..

Munten 1

2017

Wat doe je met munten die je over hebt, gooi je ze in een fontein of stop je ze in een oude sok? Zo te zien weten ze er hier bij Janet's Foss in de Yorkshire Dales in Engeland wel raad mee, je douwt ze gewoon in een omgevallen boomstam. Volgens een eeuwenoude traditie mag je een wens doen als je een muntje hebt achtergelaten in zo’n boom. Omdat mensen nu eenmaal veel te wensen hebben zitten intussen meerdere boomstammen in de bossen van Noord-Oost Engeland en Noord-Wales vol met muntgeld. Dit gebruik wordt rond 1700 in Schotland voor het eerst gemeld. Als je een muntje in een boomstam timmerde, nam de boom de ziekte die je onder de leden had over. Een preventief muntje moest je behoeden voor onheil. Helaas met als keerzijde, dat je zeker getroffen zou worden door vreselijke kwalen wanneer iemand jouw muntje er uit wist te halen…..

Applecross-Formatie 6

2016

In een beekje vlak bij de baai van Applecross in Schotland, is dit stukje druipsteen, wat wij kennen uit druipsteengrotten, aan de oppervlakte te zien. In de atmosfeer van een grot is het CO2-gehalte ongeveer 0,035% maar in de bodem kan de concentratie van CO2 in water door biologische activiteit gemakkelijk 10 tot 100 keer zo hoog worden. Dergelijk koolzuurrijk water kan, wanneer het door een kalksteenlaag druppelt heel veel kalk opnemen. Als het op een zeker moment weer in contact komt met lucht zal het koolzuur ontwijken en de opgenomen kalk weer uitkristalliseren. Soms zijn dat weinig opvallende lagen op de bodem, zoals hier, maar het kan ook zijn dat er spectaculaire ‘druipstenen’ ontstaan, zoals stalactieten en stalagmieten. Een stalactiet ontstaat op de plaats waar de waterdruppels door het dak van de grot sijpelen, een stalagmiet op de plaats waar de druppels op de bodem vallen. Zij groeien enkele centimeters per eeuw. Als stalactiet en stalagmiet elkaar raken, ontstaat een zuil.

Bos Applecross 7

2016

Dit was een mysterieus sparrenbos in Schotland, op het einde van de dag met het laatste licht wat tussen de kale takken doorspeelde. Het was hier erg droog en er zaten nauwelijks naalden aan de sparrenbomen, terwijl er buiten dit bos overal een dikke laag mos lag. Hier stichtte Sint Máelrubai, een Ierse monnik die in 672 naar de Britse eilanden was gekomen, een abdij in het toen Pictische gebied. Hij noemde de nederzetting Aporcrosan en zou er 50 jaar lang abt blijven. Het gebied rond de abdij werd afgebakend met stenen kruisen en ‘het heiligdom’ genoemd. Dus in de schemering verwacht je hier elk moment oude Ierse monniken in sombere pijen, op weg naar hun abdij. Maar nu laat ik mijn fantasie de vrije loop, terwijl er op dit moment een stoet kabouters langs de rand van mijn blikveld bijna onzichtbaar voorbij trekt…gelukkig, ik dacht al dat ik dingen ging zien die er niet zijn……

Kade Pittenweem 3

2016

  Het vissersdorp Pittenweem aan de Schotse oostkust is waarschijnlijk ontstaan rond een vroegchristelijke religieuze nederzetting in het begin van de 16e eeuw. De beschutte stranden rondom waren veilige plekken voor vissers om hun boten op de kant te trekken. Later werd er een golfbreker gebouwd, waar grotere schepen voor anker konden gaan, waardoor een levendige handel ontstond met de Lage Landen aan de overkant van de Noordzee. Onder invloed daarvan ontstond de typische continentale bouwstijl van het stadje, huizen met trapgevels en met rode dakpannen, die de Nederlandse schepen als ballast achterlieten. Op de havenkade vind je nog tegels met gegraveerde nummers. De stenen lagen  in numerieke volgorde en waren ooit van vitaal belang voor de goede werking van de vismarkt. De eerste vissersboot die terugkeerde met zijn vangst legde aan naast steen nummer 1, de tweede boot naast steen 2 enz. Wanneer de markt geopend werd, werd de vis in strikte volgorde van het aanleggen verkocht.

Kade Pittenweem 8

2016

Een visnet is een constructie van touw, die gebruikt wordt om vis mee te vangen. Tegenwoordig wordt het touw, het basismateriaal, van verschillende kleuren nylon gemaakt en machinaal tot een netwerk met een bepaalde maaswijdte geknoopt. De grootte van de mazen en de dikte van het gebruikte touw kan sterk variëren en hangt af van de te vangen vissoorten, het type visnet etc. Het vervaardigen van nieuw netwerk wordt breien genoemd en het repareren van schade aan bestaande netten wordt boeten genoemd. Er worden twee hoofdgroepen onderscheiden: staande netten en sleepnetten. Staande netten staan passief opgesteld in het water. Een bekend voorbeeld is de ‘haringvleet’ die als een groot gordijn in zee staat. De vissen zwemmen zich met hun kieuwdeksels vast in de mazen van het net. Sleepnetten worden actief voortbewogen door het water, meestal door één of meer vissersboten. Zo'n net heeft vaak een fuik-constructie waarin de vis samengedreven en tenslotte opgeschept wordt.

Kust Applecross 1

2016

Tussen de takken door kijk je over zee naar het eiland Skye aan de westkust van Schotland. Applecross ligt op een schiereiland ertegenover. Het wordt verondersteld één van de vroegst bewoonde gebieden van Schotland te zijn. Tot in de 20e eeuw was Applecross alleen maar te bereiken via de zee of via een van de meest verraderlijke bergpassen van Schotland: de Bealach na Ba (het pad van het vee). Tegenwoordig is het ook te bereiken via een weliswaar smalle kustweg. Maar overal in Schotland worden de talrijke ‘passing-places’ langs dit soort weggetjes heel goed aangegeven.

Loch Ailort 5

2016

Loch Ailort is een zeearm met op het einde een gelijknamig plaatsje aan de westkust van Schotland niet ver van het eiland Mull. Deze kustlijn is zeer dun bevolkt, je komt er slechts af en toe een boerderij of jachthuis tegen. In de monding van Loch Ailort ligt een klein eilandje, Eilean nan Gobhar, wat beroemd is omdat er twee z.g. ‘verglaasde’ forten op liggen. Verspreid over het Schotse platteland ligt een reeks van dergelijke mysterieuze forten, die archeologen nog steeds voor een raadsel stellen. Het gaat om versterkte stenen muren, die dateren uit de IJzertijd en vroege Middeleeuwen, over het algemeen bovenop heuvels, waarvan delen of het geheel door grote hitte aan elkaar vast gesmolten en zichtbaar verglaasd zijn. Om dit effect te bereiken moeten er doelbewust en gedurende langere tijd zeer hete vuren bij de muur gestookt zijn. Het is niet zo dat de muren er sterker van worden en tot op heden is de wetenschap er nog niet uit wat hier precies gebeurd is…..

Loch Ailort 8

2016

Dit is een klein stukje zeebodem aan de oever van Loch Ailort, aan de westkust van Schotland. De oceaanbodem bestaat langs de randen van de continenten uit de ‘continentale marge’ of het ‘continentale plat’, uit de eigenlijke oceaanbodem (oftewel de ‘abysale vlakte’) en de oceanische troggen. In deze diepste delen van de zeebodem kunnen alleen gespecialiseerde organismen leven die bestand zijn tegen de hoge druk. Slechts een deel van de zeebodem ligt in de z.g. ‘fotische zone’. De fotische zone houdt op op een diepte waar de lichtintensiteit nog slechts 1% is van de waarde aan het wateroppervlak. Die zone kan variëren van slechts een paar cm diepte in troebel water tot rond 200 m diepte in open oceaanwater.

Sand Gairloch 9

2016

Dit zijn stenen die blootliggen op het strand van Gairloch. In deze baai aan de westkust van de Schotse Hooglanden, waar regelmatig dolfijnen en zeehonden opduiken, heb je een mooi uitzicht op het eiland Skye. De Big Sands of Gairloch, een brede strook wit zandstrand, dat aan Nederlandse stranden doet denken, ligt tegenover Longa, een van de eilandjes die verspreid liggen in het ondiepe water. In het binnenland rijzen de machtige Torridon heuvels op.

Stam Applecross 3

2016

Vlakbij een een beekje in de buurt van Applecross in Schotland, ligt deze stam van een omgevallen vruchtboom. In de baai van Applecross stichtte een uit  Ierland afkomstige monnik in 672 een abdij, waarmee deze plek één van de vroegste permanent bewoonde gebieden van Schotland werd. Het gebied rond de abdij was afgebakend met stenen kruisen en werd het ‘Heiligdom’ genoemd. Het wonderlijke was dat deze vermolmde boom op allerlei plekken nieuwe blaadjes maakte. Misschien had het te maken met het koolzuurrijke water uit het langsstromende beekje? In dat beekje was n.l. op diverse plekken kalk afgezet in mini-druipsteen formaties. Door biologische activiteit kan het CO2 gehalte in water heel hoog worden, en wanneer dergelijk koolzuurrijk water door een kalksteenlaag druppelt, neemt het heel veel kalk op. Zodra dat kalkrijke water weer in contact komt met lucht, kristalliseert de opgenomen kalk uit tot zulke druipsteen formaties.

Zeebodem 19

2016

Dit stuk zeebodem ligt aan de Schotse kust bij Loch Awe. Uit echo-onderzoek blijkt dat de zeebodem net zoals het landoppervlak, bergruggen, hoogvlakten, ravijnen en plateaus heeft. Het reliëf van de zeebodem is zelfs groter dan het reliëf op het boven water gelegen deel van het aardoppervlak. Langs de randen van de continenten ligt het minst diepe gedeelte van de zeebodem, dit wordt het continentaal plat genoemd. Het grootste gedeelte van de oceaanbodem ligt rond de 3 tot 4 km diepte en heeft relatief weinig reliëf. Dit wordt de abyssale vlakte genoemd. De diepste delen van de oceanen zijn oceanische troggen, langgerekte ravijnen in de oceaanbodem, die veroorzaakt worden doordat een tektonische plaat ombuigt en zeer langzaam de aardmantel in beweegt. De diepste plek op aarde ligt op 11.035 m in de Marianentrog. De Mount Everest zou daar helemaal onder water kunnen verdwijnen en nog zou er ruim 2 km water boven de top staan.

Aeonium arboreum 6

2015

Dit is een vetplant afkomstig uit Marokko, die bladrozetten vormt met succulente bladeren. Deze bladeren zijn extra dik en vlezig, bedoeld om water vast te houden in een droog klimaat of bodemomstandigheden. De naam komt van het Griekse 'aioon', dat ‘volhardend’ of ‘eeuwig’ betekent, om aan te duiden dat ze hun bladeren nooit helemaal verliezen. Dit geslacht omvat zo'n 40 soorten, waarvan het merendeel afkomstig is van de Canarische eilanden, waar ze op droge, rotsachtige plaatsen groeien. De meeste soorten hebben meerdere rozetten per plant. Doordat oude verdroogde blaadjes afvallen komen de rozetten steeds hoger te zitten op kale stengels. De bloemstengel komt uit het hart van een rozet en vertakt zich tot een pluim. De meeste soorten bloeien witgroen en crèmewit tot goudgeel, maar ook roze en steenrode bloempluimen komen voor. Na de bloei sterft de rozet waaruit de bloemstengel kwam af. Ze vormen vruchten met veel stoffijne zaden.

Iris Siberica 2

2015

De Sibirische lis, Iris sibirica ‘Snow Queen’ wordt ook wel als Iris sanguinea ‘Snow Queen’ aangeboden. Het is een vaste plant met holle, enigszins roodachtig aangelopen stengels en smalle bladeren, die 60 cm hoog wordt, in juni-juli met witte bloemen bloeit waar iets groen in zit. De Iris sibirica komt uit Oost-Europa, de Kaukasus, Iran en Siberië. Het zijn geliefde borderplanten, die vanwege het biesachtige blad vaak langs de vijverrand geplant worden. In juni verschijnen de bloemen, meestal in kleine groepjes bij elkaar. Ook na de bloei blijven ze boeiend, want dan ontstaan er mooie doosvruchten. De naam ‘Iris’ betekent regenboog en komt uit de Griekse mythologie. Het was de gevleugelde Iris die de goede en slechte boodschappen van de goden naar de mensen bracht. Als door een prisma straalden haar tijdingen naar de aarde, tot in de diepten van de zee. Haar woonplaats was de brug van de regenboog.

Sand Gairloch 7

2015

Op het strand bij Gairloch in Schotland, zitten de rotsen die blootliggen tussen het zand, vol met kleine schelpen van mosselachtige diertjes. De mossel is afhankelijk van een vaste ondergrond, waarop hij zich met zijn byssusdraden (taaie, elastische lijmdraden vanuit de schelp) kan vasthechten.  Die ondergrond kan bestaan uit steen, maar oude verharde kleibodems op de zeebodem voldoen ook. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van andere organismen met een hard skelet, zoals bijvoorbeeld grote schelpen of van soortgenoten in het geval van een mosselbank. Door hun stevige verankering d.m.v. de byssusdraden zijn mossels in staat zich in zeer onrustig water te handhaven. Omdat het dier zich moeilijk kan verplaatsen en zich dus slecht tegen afzetting van zand of slib boven op de schelp kan weren, is de vestiging in onrustig water, bijv. de getijdenzone, dus gunstig. Een plek waar mossels vaak voorkomen is de omgeving van de laagwaterlijn in een waddengebied. Daar vormen oude schelpen de harde ondergrond voor jonge mossels en op deze wijze kan zich een stabiel ‘rif’: de mosselbank, vormen.