Nederland Kunstwerken die zijn gebaseerd op indrukken die ik heb opgedaan in dit land, waar ik toevallig woon en werk, en waarvan ik elke keer als ik terugkom van een reis denk: wat is het hier eigenlijk mooi.

uit 2015 tot 2017 (klik op de afbeelding om het werk groter te bekijken)
stuur een bericht naar de kunstenaar

Boomstronk 4

2017

Boomstronk 4  Boomstronken kom je overal tegen waar bomen staan, want er wordt wel eens een boom omgezaagd of ze waaien om door storm. Deze stronk, die al van uit de kern aan het wegrotten is, stond vlakbij een vennetje in het Drents-Friese Wold bij Appelscha,. Zo’n rottende boom is een goede voedingsbodem voor schimmels, bacteriën en insecten, die er op- en in leven. Het netwerk van schimmeldraden helpt daarna weer mee aan de opname van voeding door de andere bomen: de kringloop van het bos.

Boomstronk Twiske 2

2017

Het Twiske is een recreatiegebied aangelegd tussen 1964 en 1968 rond de gemeenten Landsmeer, Oostzaan, Purmerend en Ilpendam. Oorspronkelijk bestond het gebied vooral uit veenweiden langs het riviertje het Twiske, dat vanuit het noorden naar het IJ stroomt. Waarschijnlijk was de naam vroeger Twisk-A: het ‘tussen-riviertje’ dat de grens vormde tussen Landsmeer en Oostzaan. Ook het West-Friese dorp  Twisk bij Hoorn was genoemd naar zo’n grenswater. Rond de dorpen is eeuwenlang op kleinschalige wijze turf gewonnen. In de jaren ’30 werd begonnen met inpoldering, maar de kwaliteit van de drooggelegde landbouwgrond bleek zeer matig, dus eind jaren ’50 stopte men er mee. In de jaren ’60 werd er heel veel zand gewonnen voor de aanleg van de Coentunnelweg. Na afloop besloot men de ruim 30 meter diepe zandwinningsplas en het omliggende terrein als recreatiegebied in te richten. Langzaamaan ontstaat er een natuurlijk evenwicht: er vestigde zich een gevarieerde populatie van vogels, zoals de roerdomp, slobeend, smient, baardmannetje, oeverzwaluw, ijsvogel, nachtegaal, grote bonte specht, torenvalk, havik en buizerd.

Bosgrond Montferland 3

2017

Dit bos in Montferland, in de grensstreek met Duitsland, is hoogstwaarschijnlijk in het verleden intensief gebruikt om smokkelwaar van het ene land naar het andere te brengen. Bossen komen in Nederland vooral veel voor op arme zandgrond, maar ook op kleigrond, veengrond of löss. Hier in Montferland schijnt het vooral veen- en zandgrond te zijn (hoewel dit meer op klei lijkt…). Door de invloed van de bomen op de bodem kunnen diverse soorten bosgrond ontstaan. In een naaldbos bijv. hopen de afgevallen naalden van de bomen zich aanvankelijk op en verteren heel langzaam, maar uiteindelijk heeft  naaldenbosgrond een zeer luchtige structuur.

Bos Montferland 4

2017

Montferland is een gemeente in het oosten van de Nederlandse provincie Gelderland. Het riviertje de Wetering aan de zuidkant vormt de grens met Duitsland. Aan Duitse zijde ligt de gemeente Emmerich. Vanuit de gemeente zijn er veel grensovergangen. Een wetering is een gegraven watergang. Vooral bij de ontginning van laagveengebieden waren weteringen belangrijk voor de afwatering van het gebied. Vaak werden ze gegraven evenwijdig aan een reeds bestaande weg, dijk of oeverwal. Daarvandaan werd het veen dan ontgonnen tot aan de eerste wetering. Vanaf daar kon het proces zich herhalen tot aan een volgende gegraven wetering. Langs de wetering ontstond vaak bewoning.

Noordhollands Kanaal 2

2017

In de 17e eeuw nam de bevaarbaarheid van de Zuiderzee voor de zeescheepvaart naar Amsterdam af. Met name de ondiepte bij Pampus die de doorgang naar het IJ voor grote schepen blokkeerde, zorgde voor veel oponthoud. Goederen moesten naar kleinere schepen overgeladen worden en dat werd tijdrovend en duur. Daarbij kampte Amsterdam ook met het dichtslibben van de haven. De Nederlandse economie was in slechte staat na de val van Napoleon. Het gebrek aan goede water- en wegverbindingen was daarvan een belangrijke oorzaak, en koning Willem I wilde daar snel verbetering in brengen. Het graven van een rechtstreekse verbinding naar de Noordzee durfde men nog niet aan, vooral omdat het nog te moeilijk was om een groot sluizencomplex te bouwen. Het voorstel van de koning was een kanaal dat alleen geschikt zou zijn voor binnenvaartschepen, maar Amsterdam was hier fel op tegen. Zeeschepen zouden in dat geval Den Helder als eindbestemming kunnen nemen, waardoor de stad belangrijke inkomsten zou mislopen. Maar in 1819 werden de koning en de hoofdstad het eens over een breder en dieper kanaal, ook geschikt voor zeeschepen en zo werd de aanleg van het Noordhollandsch Kanaal een feit. Jan Blanken kreeg de leiding over het project. In feite ontstond het kanaal door het met elkaar verbinden van een aantal boezemwateren, die verbreed en uitgediept werden. Zo werden ook de ringvaarten van de Beemster en de Schermer onderdeel van het kanaal en volgt het ten noorden van Alkmaar het oude riviertje de Rekere.

Amsterdam 3

2016

Amsterdam is de hoofdstad en naar inwonertal de grootste gemeente van Nederland. De stad (in het Amsterdams ook Mokum – Jiddisch voor ‘stad’ - genoemd) ligt in de provincie Noord-Holland, aan het IJ en de monding van de Amstel. De stad dankt haar naam aan de ligging bij een in de 13e eeuw aangelegde dam in de Amstel. De plaats kreeg kort na 1300 stadsrechten en groeide in de 17e eeuw uit tot een van de belangrijkste haven- en handelssteden ter wereld.  Het is ook de plek waar ik ben opgegroeid, mijn geboortegrond is tenslotte Amsterdam-Noord aan de overkant van het IJ, en dat IJ was een belangrijk deel van mijn bestaan. De skyline  ziet er nu anders uit, maar de lucht, het water en de wind zijn nog net als toen, zelfs de geur van het water is nog hetzelfde als destijds. Op deze plek, waar tankers aanlegden bij de Shell, ligt nu het Eye filmmuseum.

Appel 33

2016

De vlezige vrucht van de appel bestaat eigenlijk uit drie lagen, maar twee daarvan vormen het vruchtvlees en zijn niet meer van elkaar te onderscheiden. Het klokhuis met daarin de pitjes vormt de derde laag met in het midden de vaatbundel naar het steeltje. Insecten doen zich al te goed aan de appels als ze op de grond vallen. De vrucht verrot of wordt van binnenuit opgegeten met het uiteindelijke doel dat de zaden vrij komen en kunnen kiemen zodat er een nieuw boom ontstaat. Maar ook vogels, zoals de groene halsbandparkieten die sinds vorig jaar Middenbeemster bereikt hebben, schijnen appels of appelpitten graag te lusten. Bij deze appel zijn de buitenste laag en het steeltje nog intact, waardoor hij zo goed als opgegeten nog steeds aan de boom hangt….   

Boomstronk 11

2016

Hoewel een boomstronk over het algemeen een afgezaagde boom is, is dit een boom die door storm en ouderdom ontworteld en omgewaaid is. Hij ligt in het Drents-Friese Wold bij Appelscha. De nederzetting Appelscha wordt voor het eerst in 1247 als Appels vermeld in het archief van het klooster van Dikninge. De uitgang ‘sche’ of ‘scha’ betekent bos, vandaar de naam. Het oorspronkelijke esdorp, dat eeuwenlang slechts uit een klein aantal boerderijen bestond,  behoorde oudtijds tot het graafschap Drenthe en lag ingeklemd tussen droge zandige heide en nat veen, de Appelschaster- en Fochteloër venen. Na 1827, toen men begon het veen af te graven voor de turfwinning, veranderde het karakter van het dorp ingrijpend, waarover in een volgend Kunstwerk van de Week meer……

Dennenschors 8

2016

De schors van een boom bestaat uit kurk bevindt zich aan de buitenkant van de stam en de takken, en vormt het dode, buitenste deel van de bast. De wanden van deze schors-cellen zijn ondoorlaatbaar door afzetting van suberine in de celwand, wat de plant beschermt tegen allerlei invloeden van buiten, zoals schimmels, bacteriën en beschadigingen. De bekendste schors draagt de in Portugal groeiende kurkeik, die om de tien jaar een oogstbare laag afgeeft en waarvan kurken voor onder andere wijnflessen gemaakt worden. Maar in dit geval gaat het over dennenschors. Dennen zijn  naaldbomen, die een grote verspreiding op het noordelijke halfrond hebben. Bossen met dennen zijn meestal dominant in koudere regionen zoals in de bergen en in landen dichter bij de Noordpool. Veel soorten binnen het geslacht Pinus worden erdoor gekenmerkt dat de naalden op korte loten staan in bundels van twee tot vijf of meer. De naalden kunnen van enkele cm tot wel 25 centimeter lang worden, al naar gelang de soort.  

Drents-Friese Wold 2

2016

In de avond speelt het laatste avond licht door de bomen van het Drents-Friese Wold bij Appelscha. De nederzetting bestond eeuwenlang slechts uit een paar boerderijen, maar vanaf 1827 heeft het dorp zich enorm uitgebreid door de komst van duizenden Friese arbeiders, die zich hier  ten behoeve van de turfwinning vestigden. Door deze grote Friese immigratie in de 19e eeuw is Appelscha een Friestalig dorp geworden in een omgeving waar verder Stellingwerfs gesproken werd. In 1881 werd een begin gemaakt met de aanleg van bossen rond het dorp. De sociale omstandigheden onder de arbeiders waren zeer slecht, met het gevolg dat er in 1888, toen turf veel minder ging opbrengen dan steenkool, onder de veenarbeiders een grote staking uitbrak. Dit was het begin van georganiseerde stakingen in Nederland. In Appelscha vinden sinds 1933 de Pinksterlanddagen plaats, een jaarlijks Anarchistisch festival.

Duin 2

2016

De duinen langs de Nederlandse kust maken deel uit van een strook die loopt van Noord-Frankrijk, via België, Nederland en de Duitse wadden tot in Denemarken. Duinen ontstaan doordat de wind het lichte zand makkelijk kan meenemen. Door temperatuursverschillen en luchtdrukverschillen tussen land en zee neemt de windkracht bij de kust af en daardoor wordt het zand neergelegd. Direct langs het strand liggen de jonge duinen, ook wel witte duinen of helmduinen genoemd, hier wordt aan de zeekant voortdurend vers zand door de wind aangevoerd. Daarna komen de grijze duinen, die een grote biodiversiteit hebben. Ze zijn begroeid met grassen, kruiden, en (korst)mossen. Nog meer landinwaarts liggen de binnenduinen, vaak met bossen begroeid. Daar voorbij vinden we nog de z.g. oude duinen. Dat zijn langgerekte zandruggen van enkele meters hoog, die in de middeleeuwen gevormd zijn. De oude duinen waren duizenden jaren geleden jonge duinen. Ze vormen het bewijs dat de kust vroeger meer landinwaarts lag. Tussen die strandwallen ontstonden in het natte kustgebied moerassen, waarin zich veen kon ophopen.

Geersdijk 5

2016

In het voorjaar, in de beeldentuin van in Geersdijk in Zeeland - we zijn op weg naar Antwerpen, waar we werk moeten ophalen van een expositie - kom ik deze paddenstoelen tegen. Geersdijk is een dorp in de Nederlandse gemeente Noord-Beveland. Het dorp was al in 1216 een zelfstandige parochie. In 1530 werd heel Noord-Beveland overstroomd en in 1532 gebeurde dat nogmaals. Alle dorpen, waaronder Geersdijk, verdwenen in de golven. Maar in 1598 werd begonnen met het opnieuw inpolderen van Noord-Beveland en in1668 werd in de buurt van de oude plek het huidige Geersdijk opgebouwd, volgens een grondplan met haaks lopende kavels. Wat dit voor een paddenstoel is, is mij niet bekend, maar ik werd getroffen door het mooi opkrullen van de rand.

Heide 3

2016

Als het lang droog is geweest kun je in de zomer aan de Nederlandse kuststrook deze verdroogde heide tegenkomen. Heide is een benaming voor vegetatie vooral bestaand uit dwergstruiken uit de heide- en kraaiheide-familie. Het gedijt op kalkarme zandgrond en voelt zich thuis in streken waar een zeeklimaat heerst, met een hoge luchtvochtigheid, niet al te warme zomers en zachte winters. Dus behalve in Nederland en België ook in de verdere kuststrook van West-Europa en in Engeland en Ierland. Aan het eind van de middeleeuwen ontstonden in Nederland grote heidevelden. Overdag werden de afgelegen gebieden begraasd door schapen, die 's nachts in de stal bleven, waarvan de bodem jaarlijks met verse heiplaggen bedekt werd, de zogenaamde potstallen. De stalmest werd ieder jaar op de akkertjes rond de dorpen gebracht, die daardoor geleidelijk werden opgehoogd. Rond 1900 was nog ruim 20% van de oppervlakte van Nederland ‘woeste grond’ en die bestond hoofdzakelijk uit heide.

Beemsterringvaart 4

2015

In 1607 namen een aantal aanzienlijke kooplieden  en burgemeesters, o.a. van Amsterdam, het initiatief om het Beemstermeer in Noord-Holland droog te leggen. Rond het meer werd een ringvaart gegraven en met uiteindelijk 50 poldermolens werd het water via de ringvaart  naar de Zuiderzee gepompt. Maar in 1610, toen het bijna zo ver was, liep het meer weer vol als gevolg van een breuk in de Zuiderzeedijk. Daarna besloot men om de ringdijk zo hoog te maken dat hij een meter boven het omringende land uitstak. Op 19 mei 1612 was de polder opnieuw drooggelegd en was de huidige droogmakerij De Beemster een feit. Het land werd ingedeeld in rechthoekige kavels volgens een geometrisch patroon en de kavels werden verdeeld onder de investeerders. De kwaliteit van de landbouwgrond was dusdanig hoog dat het project destijds als een groot economisch succes gold. De durf-investeerders van toen hadden hun geld er in één jaar uit, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de daarna (en daardoor) met enthousiasme aangevangen droogmakerijen zoals de Schermer of de Heerhugowaard. Begin twintigste eeuw werden de  Beemstermolens gesloopt en vervangen door gemalen.

Knofje

2015

Knofje, de poes met wie wij onze atelierwoning delen. Zij kan je soms zo doordringend aankijken, dat je er ongemakkelijk van wordt. Ze heeft zo haar eigen plekjes in huis. Net als je denkt dat zij nu wel haar favoriete plek gevonden heeft, zoekt ze weer een andere: dan weer op de verwarming of voor het raam, op de leuning van de bank of hinderlijk voor je neus op de salontafel. Als je niet direct als een helderziende begrijpt wanneer ze naar buiten wil, gaat ze aan de stoelbekleding krabben, waar dus inmiddels de rafels bijhangen. En als zij weer naar binnen wil, springt ze buiten op de vensterbank en rammelt aan het deurhaakje dat daar hangt.
Soms ligt ze ongestoord, geheel in zichzelf gekeerd, en denk ik: het is toch wel een mooie kat, vandaar dit werk.

Libellen

2015

Libellen (Odonata) zijn een insectenorde die wereldwijd voorkomt met tegen de 6000 beschreven soorten, merendeels in warmere gebieden. In Nederland zijn  zo’n 66  soorten inheems. De ontwikkeling van de libel verloopt vanaf eitje via larve tot volwassen insect. Via 9 tot 16 vervellingen ondergaan zij een (onvolledige) gedaantewisseling. De levensduur van een volwassen libel bedraagt gemiddeld 6 tot 8 weken. Het opvallendste aan de kop, die in alle richtingen bewogen kan worden, zijn de uit facetten samengestelde ogen, waarvan het bovenste gedeelte scherp ziet op afstand en het onderste dichtbij. Om licht en donker te kunnen onderscheiden heeft de libel nog drie enkelvoudige ogen, die bovendien waarschijnlijk functioneren als een optisch evenwichtsorgaan. De poten hebben hun loopfunctie verloren en zijn geheel aangepast aan het jagen. Doordat het borststuk naar achteren gekanteld is, kunnen ze vliegend een prooi vangen en vervolgens in de mond stoppen. Tijdens de vlucht vormen de poten een soort vangnet en kleine stijve haartjes zorgen ervoor dat de prooi niet meer kan ontsnappen. De forse botsing die het libellenlijf ondergaat bij het vangen van de prooi wordt door het gekantelde borststuk ook beter opgevangen. De vier vleugels kunnen los van elkaar worden aangestuurd waardoor de libel opmerkelijke kunsten kan uithalen, zoals stilstaan in de lucht, verticaal opstijgen en zelfs achteruit vliegen. De vleugelslag is met 20 tot 40 slagen per seconde weliswaar veel langzamer dan bij andere, kleinere insecten, maar toch kunnen ze een snelheid van wel 60 km per uur halen, wat hen tot de snelst vliegende insecten maakt.

Maasduinen 15

2015

In het noordoosten van Limburg ligt tussen de Maas en de Duitse grens, Nationaal Park De Maasduinen. Dit 4500 hectare grote natuurgebied kent prachtige landschappen met veel bijzondere planten en dieren. Water heeft een grote rol gespeeld bij het ontstaan van dit gebied. Toen de Maas nog een zijtak van de Rijn was, stroomde die door het gebied en vandaag de dag zijn daar nog steeds sporen van te vinden, zoals Rijngrind dat verborgen is in de bodem. In de extreem droge en koude laatste ijstijd, zo'n 21.000 jaar geleden, kreeg de wind vrij spel. De krachtige westenwind zette zand af op de oostelijke oevers van de Maas. Hierdoor ontstonden zandruggen en karakteristieke hoefijzervormige duinen, ook paraboolduinen genoemd. Vanaf de prehistorie beïnvloedde de mens de natuur in de Maasduinen. In de Romeinse tijd werden bossen gekapt om ruimte te maken voor landbouwgrond of infrastructuur en vanaf de zesde eeuw kwamen er steeds meer werktuigen die hielpen bij het ontginnen van bijv. heidegronden. De laatste eeuwen kwam er meer oog voor natuur en werden er weer bossen aangeplant. Zo ontstonden natuurterreinen, die sinds 1996 het Nationaal Park De Maasduinen vormen.

Strand Hargen 4

2015

Hargen aan Zee ligt tussen Groet en Camperduin aan de Noord-Hollandse kust. Feitelijk is Hargen aan Zee geen dorp maar bestaat het slechts uit een groot parkeerterrein in de duinen en een paar strandpaviljoens. De naam Hargen aan Zee is afgeleid van de naam van het oorspronkelijke pad erheen, de Hargerzeeweg. Bij eb blijven er op het strand sporen achter van het zich terugtrekkende zeewater. In het natte zand ontstaat zo een fraai lijnenspel, maar onder invloed van wind en zon zal dit patroon snel verdwijnen.

Twiske 17

2015

Als kind kwam ik hier regelmatig, vooral als het had gevroren. Op loopafstand van ons huis in Tuindorp-Oostzaan lag de sloot die deze naam droeg en die liep vanaf Oostzaan bij het sluisje op de Oostzanerdijk naar de Westplas.´s Winters schaatsten we er en in de zomer zwommen we in De Breek. Het huidige natuurgebied het Twiske is 650 hectare groot en bestaat voor een derde uit water. Daarom is het zeer in trek bij zwemmers, duikers en surfers. Er zijn stranden, een avonturen- en waterspeelplaats, een duikplatform, een haven, een water bezoekerscentrum, dagkampeerterreinen, een boerderij en een molen. Rondom het gebied loopt een route van zo'n 15 km met speciaal asfalt om te skaten. Bij het ontwerp in 1972 is een balans gezocht tussen de wensen voor sport en recreatie en natuurbehoud, evenals het behoud van het Waterlandse karakter in het hele gebied. Het zuidelijk deel is opgehoogd en daardoor droger, terwijl het noordelijk deel grotendeels drassig bleef. Aan de oostkant lag De Belt, een kleine afvalstortplaats voor Landsmeer en Oostzaan. Dit gebied is rond 2005 gedeeltelijk afgegraven, zodat daar riet/moerasland ontstaan is.