Nederland Kunstwerken die zijn gebaseerd op indrukken die ik heb opgedaan in dit land, waar ik toevallig woon en werk, en waarvan ik elke keer als ik terugkom van een reis denk: wat is het hier eigenlijk mooi.

uit 2015 tot 2019 (klik op de afbeelding om het werk groter te bekijken)
stuur een bericht naar de kunstenaar

Appel 51

2019

  Deze vergeten appel is met ons mee op reis geweest naar het noordelijkste puntje van Noorwegen, maar onderweg niet opgegeten, en tenslotte weer thuis in de fruitschaal beland. Hij is in de zomer klein begonnen en daarna gegroeid en rijp geworden, mooi van kleur, glanzend en strak in zijn vel. Maar inmiddels is hij een beetje uitgedroogd. Wat doe ik  ermee? Vindt hij de weg naar de composthoop, of zal ik hem verder gaan volgen? Ik besluit het tweede te doen: ik ga hem vastleggen. Langzaam droogt hij verder uit en dag na dag maak ik er een werk van.

De Haal Twiske 4

2019

Oorspronkelijk bestond dit gebied vooral uit veenweiden langs het riviertje het Twiske dat vanuit het noorden naar het IJ stroomt. Rond de dorpen is eeuwenlang op kleinschalige wijze turf gewonnen. Het natte veen werd op smalle stroken land te drogen gelegd en in dikke turven gesneden. Hierdoor ontstond een landschap met legakkers en petgaten: dellen in het Oostzaans. Het gebied had een brakwater-vegetatie en een grote vogelrijkdom. In de jaren’30, de tijd van de werkverschaffing, werd begonnen met inpoldering. De kwaliteit van de drooggelegde landbouwgrond bleek echter zeer matig, eind jaren ‘50 stopte men daarom met de inpoldering. Nadat er van onder het veen zeer veel zand gewonnen was voor de aanleg van de Coentunnel, richtte men de 40m diepe zandwinnings-plas, de Stootersplas, en het omliggende terrein in als recreatiegebied.

Duin 3

2019

Het Nederlandse duinlandschap, de smalle strook zandgrond tussen de zee en het binnenland, is opgebouwd uit duidelijk te onderscheiden delen: De duinstrook die parallel aan het strand ligt, noemt men ‘jonge duinen’, ‘witte duinen’ of ‘helmduinen’. Deze duinen ontwikkelen zich vooral aan de zeekant, de wind heeft hier de meeste invloed doordat hij voortdurend vers zand aanvoert. Daarbinnen liggen de z.g. ‘grijze duinen’. Deze duinen hebben een grote biodiversiteit, ze zijn begroeid met grassen, kruiden en (korst)mossen, maar grote delen zijn ook onbegroeid. Weer daarbinnen liggen de oude ‘binnenduinen’, langgerekte zandruggen, die gevormd zijn in de middeleeuwen en die vaak met bos begroeid zijn. Duizenden jaren geleden waren dit  jonge duinen. Ze bewijzen dat de kust vroeger meer landinwaarts gelegen was.

Mos Middenbeemster 2

2018

Mossen kom je overal tegen. Op stenen, bomen en op de rand van onze vijver, tussen de bladstelen van dotterbloemen. De vijver heeft een diameter van zo’n 150 cm. Toch is er in deze beperkte leefomgeving een grote diversiteit van flora en fauna. Salamanders, kikkertjes, schrijvertjes, larven van insecten, waterslakken en watertorren, en af en toe een door ons aangeschaft visje. Het leven in deze poel is een wereld op zich, waar je uren naar kunt kijken. Als je eindelijk opstaat, heb je het gevoel dat je eigenlijk nog maar een fractie hebt gezien van wat er zich allemaal onder water afspeelt……

Zwam Montferland 9

2018

Boomzwammen groeien zowel op levend als ook op dood hout. Ze planten zich voort doordat hun vruchtlichamen, de paddenstoelen, sporen uitstrooien. Wanneer die terechtkomen in wonden in de bast van een boom, dringen de zwamdraden het hout binnen en onttrekken daaraan voedingsstoffen, die ze d.m.v. specifieke enzymen afbreken. De vezelstructuur van het hout wordt hierbij vernietigd. Het hout wordt brokkelig bruin of witachtig. Zwammen zijn zogenaamde aërobe organismen, die naast zuurstof, water en licht nodig hebben voor de vorming van de vruchtlichamen. Vochtig warmte is voor hen optimaal. Ze zijn essentieel voor de afbraak en het opnieuw beschikbaar maken van grondstoffen in de natuur. Ook wij mensen kunnen meer profijt trekken uit hun biologische eigenschappen.

Boomstronk 4

2017

Boomstronk 4  Boomstronken kom je overal tegen waar bomen staan, want er wordt wel eens een boom omgezaagd of ze waaien om door storm. Deze stronk, die al van uit de kern aan het wegrotten is, stond vlakbij een vennetje in het Drents-Friese Wold bij Appelscha,. Zo’n rottende boom is een goede voedingsbodem voor schimmels, bacteriën en insecten, die er op- en in leven. Het netwerk van schimmeldraden helpt daarna weer mee aan de opname van voeding door de andere bomen: de kringloop van het bos.

Boomstronk Twiske 2

2017

Het Twiske is een recreatiegebied aangelegd tussen 1964 en 1968 rond de gemeenten Landsmeer, Oostzaan, Purmerend en Ilpendam. Oorspronkelijk bestond het gebied vooral uit veenweiden langs het riviertje het Twiske, dat vanuit het noorden naar het IJ stroomt. Waarschijnlijk was de naam vroeger Twisk-A: het ‘tussen-riviertje’ dat de grens vormde tussen Landsmeer en Oostzaan. Ook het West-Friese dorp  Twisk bij Hoorn was genoemd naar zo’n grenswater. Rond de dorpen is eeuwenlang op kleinschalige wijze turf gewonnen. In de jaren ’30 werd begonnen met inpoldering, maar de kwaliteit van de drooggelegde landbouwgrond bleek zeer matig, dus eind jaren ’50 stopte men er mee. In de jaren ’60 werd er heel veel zand gewonnen voor de aanleg van de Coentunnelweg. Na afloop besloot men de ruim 30 meter diepe zandwinningsplas en het omliggende terrein als recreatiegebied in te richten. Langzaamaan ontstaat er een natuurlijk evenwicht: er vestigde zich een gevarieerde populatie van vogels, zoals de roerdomp, slobeend, smient, baardmannetje, oeverzwaluw, ijsvogel, nachtegaal, grote bonte specht, torenvalk, havik en buizerd.

Bosgrond Montferland 3

2017

Dit bos in Montferland, in de grensstreek met Duitsland, is hoogstwaarschijnlijk in het verleden intensief gebruikt om smokkelwaar van het ene land naar het andere te brengen. Bossen komen in Nederland vooral veel voor op arme zandgrond, maar ook op kleigrond, veengrond of löss. Hier in Montferland schijnt het vooral veen- en zandgrond te zijn (hoewel dit meer op klei lijkt…). Door de invloed van de bomen op de bodem kunnen diverse soorten bosgrond ontstaan. In een naaldbos bijv. hopen de afgevallen naalden van de bomen zich aanvankelijk op en verteren heel langzaam, maar uiteindelijk heeft  naaldenbosgrond een zeer luchtige structuur.

Bos Montferland 4

2017

Montferland is een gemeente in het oosten van de Nederlandse provincie Gelderland. Het riviertje de Wetering aan de zuidkant vormt de grens met Duitsland. Aan Duitse zijde ligt de gemeente Emmerich. Vanuit de gemeente zijn er veel grensovergangen. Een wetering is een gegraven watergang. Vooral bij de ontginning van laagveengebieden waren weteringen belangrijk voor de afwatering van het gebied. Vaak werden ze gegraven evenwijdig aan een reeds bestaande weg, dijk of oeverwal. Daarvandaan werd het veen dan ontgonnen tot aan de eerste wetering. Vanaf daar kon het proces zich herhalen tot aan een volgende gegraven wetering. Langs de wetering ontstond vaak bewoning.

Noordhollands Kanaal 2

2017

In de 17e eeuw nam de bevaarbaarheid van de Zuiderzee voor de zeescheepvaart naar Amsterdam af. Met name de ondiepte bij Pampus die de doorgang naar het IJ voor grote schepen blokkeerde, zorgde voor veel oponthoud. Goederen moesten naar kleinere schepen overgeladen worden en dat werd tijdrovend en duur. Daarbij kampte Amsterdam ook met het dichtslibben van de haven. De Nederlandse economie was in slechte staat na de val van Napoleon. Het gebrek aan goede water- en wegverbindingen was daarvan een belangrijke oorzaak, en koning Willem I wilde daar snel verbetering in brengen. Het graven van een rechtstreekse verbinding naar de Noordzee durfde men nog niet aan, vooral omdat het nog te moeilijk was om een groot sluizencomplex te bouwen. Het voorstel van de koning was een kanaal dat alleen geschikt zou zijn voor binnenvaartschepen, maar Amsterdam was hier fel op tegen. Zeeschepen zouden in dat geval Den Helder als eindbestemming kunnen nemen, waardoor de stad belangrijke inkomsten zou mislopen. Maar in 1819 werden de koning en de hoofdstad het eens over een breder en dieper kanaal, ook geschikt voor zeeschepen en zo werd de aanleg van het Noordhollandsch Kanaal een feit. Jan Blanken kreeg de leiding over het project. In feite ontstond het kanaal door het met elkaar verbinden van een aantal boezemwateren, die verbreed en uitgediept werden. Zo werden ook de ringvaarten van de Beemster en de Schermer onderdeel van het kanaal en volgt het ten noorden van Alkmaar het oude riviertje de Rekere.

Wildrijk 13

2017

In het westen van de Zijperpolder in Noord-Holland lagen oudtijds meerdere bosrijke landgoederen van welgestelde Amsterdamse kooplieden. Maar tijdens het graven van het Noordhollandsch Kanaal, werd veel van het bos gekapt door kamperende arbeiders. Het Wildrijk was een van de landgoederen waarvan het bos gelukkig gespaard is gebleven. Nu is het een uniek beschermd natuurgebied, in beheer bij Landschap Noord-Holland. Het bos is klein, maar heel bijzonder. Goed voor een wandeling van een klein uur, vooral in het voorjaar, wanneer de bodem zover je kunt zien bedekt is met een blauw tapijt van wilde hyacinten. Hier en daar zijn schakeringen van roze en wit, afgewisseld met het frisse groen van jonge varens en een enkel hoekje met wilde witte narcissen.

Wilgenroos 1

2017

Wilgenroosjes hebben een rechtopstaande, aarvormige stengel met roze tot donkerpaarse bloemetjes. De smalle bladeren doen denken aan wilgenblad. De vier bloemblaadjes staan in twee paren: een bovenste paar en een onderste paar. Omdat de bovenste kroonbladen iets groter zijn dan de onderste, hebben ze iets weg van vlindervleugels. De bloemen lijken op steeltjes te staan, maar deze steeltjes vormen het vruchtbeginsel. Aan het eind van de zomer zit daarin een zacht wit zaadpluis, dat makkelijk verwaait in de wind. Niet ver hiervandaan hebben de Schoorlse duinbranden gewoed. Het wilgenroosje blijkt een van de eerst planten te zijn die na een heide- of duinbrand opkomt, wat aanleiding vormt voor de Engelse naam ‘Fireweed’. Waarschijnlijk werd het pluis vroeger als ‘tondel’ gebruikt: licht ontvlambaar materiaal om vuur mee te maken, waar de Engelse naam aan ontleend is.

Amsterdam 3

2016

Amsterdam is de hoofdstad en naar inwonertal de grootste gemeente van Nederland. De stad (in het Amsterdams ook Mokum – Jiddisch voor ‘stad’ - genoemd) ligt in de provincie Noord-Holland, aan het IJ en de monding van de Amstel. De stad dankt haar naam aan de ligging bij een in de 13e eeuw aangelegde dam in de Amstel. De plaats kreeg kort na 1300 stadsrechten en groeide in de 17e eeuw uit tot een van de belangrijkste haven- en handelssteden ter wereld.  Het is ook de plek waar ik ben opgegroeid, mijn geboortegrond is tenslotte Amsterdam-Noord aan de overkant van het IJ, en dat IJ was een belangrijk deel van mijn bestaan. De skyline  ziet er nu anders uit, maar de lucht, het water en de wind zijn nog net als toen, zelfs de geur van het water is nog hetzelfde als destijds. Op deze plek, waar tankers aanlegden bij de Shell, ligt nu het Eye filmmuseum.

Appel 33

2016

De vlezige vrucht van de appel bestaat eigenlijk uit drie lagen, maar twee daarvan vormen het vruchtvlees en zijn niet meer van elkaar te onderscheiden. Het klokhuis met daarin de pitjes vormt de derde laag met in het midden de vaatbundel naar het steeltje. Insecten doen zich al te goed aan de appels als ze op de grond vallen. De vrucht verrot of wordt van binnenuit opgegeten met het uiteindelijke doel dat de zaden vrij komen en kunnen kiemen zodat er een nieuw boom ontstaat. Maar ook vogels, zoals de groene halsbandparkieten die sinds vorig jaar Middenbeemster bereikt hebben, schijnen appels of appelpitten graag te lusten. Bij deze appel zijn de buitenste laag en het steeltje nog intact, waardoor hij zo goed als opgegeten nog steeds aan de boom hangt….   

Boomstronk 11

2016

Hoewel een boomstronk over het algemeen een afgezaagde boom is, is dit een boom die door storm en ouderdom ontworteld en omgewaaid is. Hij ligt in het Drents-Friese Wold bij Appelscha. De nederzetting Appelscha wordt voor het eerst in 1247 als Appels vermeld in het archief van het klooster van Dikninge. De uitgang ‘sche’ of ‘scha’ betekent bos, vandaar de naam. Het oorspronkelijke esdorp, dat eeuwenlang slechts uit een klein aantal boerderijen bestond,  behoorde oudtijds tot het graafschap Drenthe en lag ingeklemd tussen droge zandige heide en nat veen, de Appelschaster- en Fochteloër venen. Na 1827, toen men begon het veen af te graven voor de turfwinning, veranderde het karakter van het dorp ingrijpend, waarover in een volgend Kunstwerk van de Week meer……

Dennenschors 8

2016

De schors van een boom bestaat uit kurk bevindt zich aan de buitenkant van de stam en de takken, en vormt het dode, buitenste deel van de bast. De wanden van deze schors-cellen zijn ondoorlaatbaar door afzetting van suberine in de celwand, wat de plant beschermt tegen allerlei invloeden van buiten, zoals schimmels, bacteriën en beschadigingen. De bekendste schors draagt de in Portugal groeiende kurkeik, die om de tien jaar een oogstbare laag afgeeft en waarvan kurken voor onder andere wijnflessen gemaakt worden. Maar in dit geval gaat het over dennenschors. Dennen zijn  naaldbomen, die een grote verspreiding op het noordelijke halfrond hebben. Bossen met dennen zijn meestal dominant in koudere regionen zoals in de bergen en in landen dichter bij de Noordpool. Veel soorten binnen het geslacht Pinus worden erdoor gekenmerkt dat de naalden op korte loten staan in bundels van twee tot vijf of meer. De naalden kunnen van enkele cm tot wel 25 centimeter lang worden, al naar gelang de soort.  

Drents-Friese Wold 2

2016

In de avond speelt het laatste avond licht door de bomen van het Drents-Friese Wold bij Appelscha. De nederzetting bestond eeuwenlang slechts uit een paar boerderijen, maar vanaf 1827 heeft het dorp zich enorm uitgebreid door de komst van duizenden Friese arbeiders, die zich hier  ten behoeve van de turfwinning vestigden. Door deze grote Friese immigratie in de 19e eeuw is Appelscha een Friestalig dorp geworden in een omgeving waar verder Stellingwerfs gesproken werd. In 1881 werd een begin gemaakt met de aanleg van bossen rond het dorp. De sociale omstandigheden onder de arbeiders waren zeer slecht, met het gevolg dat er in 1888, toen turf veel minder ging opbrengen dan steenkool, onder de veenarbeiders een grote staking uitbrak. Dit was het begin van georganiseerde stakingen in Nederland. In Appelscha vinden sinds 1933 de Pinksterlanddagen plaats, een jaarlijks Anarchistisch festival.

Duin 2

2016

De duinen langs de Nederlandse kust maken deel uit van een strook die loopt van Noord-Frankrijk, via België, Nederland en de Duitse wadden tot in Denemarken. Duinen ontstaan doordat de wind het lichte zand makkelijk kan meenemen. Door temperatuursverschillen en luchtdrukverschillen tussen land en zee neemt de windkracht bij de kust af en daardoor wordt het zand neergelegd. Direct langs het strand liggen de jonge duinen, ook wel witte duinen of helmduinen genoemd, hier wordt aan de zeekant voortdurend vers zand door de wind aangevoerd. Daarna komen de grijze duinen, die een grote biodiversiteit hebben. Ze zijn begroeid met grassen, kruiden, en (korst)mossen. Nog meer landinwaarts liggen de binnenduinen, vaak met bossen begroeid. Daar voorbij vinden we nog de z.g. oude duinen. Dat zijn langgerekte zandruggen van enkele meters hoog, die in de middeleeuwen gevormd zijn. De oude duinen waren duizenden jaren geleden jonge duinen. Ze vormen het bewijs dat de kust vroeger meer landinwaarts lag. Tussen die strandwallen ontstonden in het natte kustgebied moerassen, waarin zich veen kon ophopen.

Geersdijk 5

2016

In het voorjaar, in de beeldentuin van in Geersdijk in Zeeland - we zijn op weg naar Antwerpen, waar we werk moeten ophalen van een expositie - kom ik deze paddenstoelen tegen. Geersdijk is een dorp in de Nederlandse gemeente Noord-Beveland. Het dorp was al in 1216 een zelfstandige parochie. In 1530 werd heel Noord-Beveland overstroomd en in 1532 gebeurde dat nogmaals. Alle dorpen, waaronder Geersdijk, verdwenen in de golven. Maar in 1598 werd begonnen met het opnieuw inpolderen van Noord-Beveland en in1668 werd in de buurt van de oude plek het huidige Geersdijk opgebouwd, volgens een grondplan met haaks lopende kavels. Wat dit voor een paddenstoel is, is mij niet bekend, maar ik werd getroffen door het mooi opkrullen van de rand.

Knofje

2015

Knofje, de poes met wie wij onze atelierwoning delen. Zij kan je soms zo doordringend aankijken, dat je er ongemakkelijk van wordt. Ze heeft zo haar eigen plekjes in huis. Net als je denkt dat zij nu wel haar favoriete plek gevonden heeft, zoekt ze weer een andere: dan weer op de verwarming of voor het raam, op de leuning van de bank of hinderlijk voor je neus op de salontafel. Als je niet direct als een helderziende begrijpt wanneer ze naar buiten wil, gaat ze aan de stoelbekleding krabben, waar dus inmiddels de rafels bijhangen. En als zij weer naar binnen wil, springt ze buiten op de vensterbank en rammelt aan het deurhaakje dat daar hangt.
Soms ligt ze ongestoord, geheel in zichzelf gekeerd, en denk ik: het is toch wel een mooie kat, vandaar dit werk.