Planten Bloemen en planten, de organische vormen die de aarde bedekken en die zorgen voor voedsel en zuurstof en het opnemen van CO2. Allemaal redenen om de schoonheid ervan te benadrukken.

uit 2009 tot 2017 (klik op de afbeelding om het werk groter te bekijken)
stuur een bericht naar de kunstenaar

Paddenstoel ( Schimmel )

2017

In Nederland komen meer dan 4000 soorten paddenstoelen voor. Een paddenstoel is het bovengrondse deel, het vruchtlichaam, van ondergrondse schimmels die dode resten van planten en dieren verteren. Zonder deze schimmels zou het afval zich ophopen. Veel schimmels kennen geen vruchten of hebben zulke kleine vruchten dat je ze met het blote oog niet zichtbaar zijn, maar bij een paddenstoel is dat dus anders. Sommige paddenstoelen zijn eetbaar, de bekendste is natuurlijk de champignon, maar de meeste zijn smakeloos, hebben een scherpe smaak of zijn ronduit vies. Sommige paddenstoelen zijn giftig. In Nederland bestaan ongeveer 30 soorten giftige, waarvan er 7 dodelijk zijn voor de mens. Sommige soorten, die psilocybine en psilocine bevatten, hebben een hallucinogene, psychedelische werking, de z.g. paddo’s. In Midden- en Zuid-Amerika bestaan eeuwenoude rituelen, waarbij Psilocybe Mexicana wordt genuttigd om in contact te treden met het hiernamaals, de toekomst of een hogere werkelijkheid. Ook in onze streken werden paddenstoelen in het verleden ongetwijfeld door medicijnmannen of -vrouwen gebruikt. Volgens sommige auteurs, zouden aan religieuze openbaringen of visioenen die ons uit oude culturen zijn overgeleverd ervaringen met paddo's ten grondslag liggen. Om die reden werd de paddenstoel in de middeleeuwen beschouwd als geheimzinnig en duivels. De mysterieuze kringen waarin paddenstoelen soms groeien werden‘Heksenkringen’ genoemd omdat heksen daar geacht werden hun rituelen uit te voeren.

Sleutelbloem

2013

Sleutelbloem
Deze sleutelbloem wordt Primula Bulleyana genoemd en bloeit met donkergele bloemen in de periode mei-juni. De plant werd in 1908 door een zekere George Forrest in Engeland ingevoerd. Hij deed dit in opdracht van Arthur Kilpin Bullley, directeur van een plantenkwekerij, naar wie de soort genoemd is. Aanvankelijk volgde Forrest een opleiding tot apotheker, waar hij veel leerde over de geneeskundige eigenschappen en het drogen en bewaren van planten. Met behulp van een erfenis kon hij in 1891 afreizen naar Australië om daar de natuur te verkennen en te proberen carrière te maken als schapenhouder en goudzoeker, maar na tien jaar keerde hij terug naar Groot-Brittannië en besloot om zich serieus bezig te gaan houden met botanie en sierteelt. In 1903 werd hij aangenomen als assistent aan het herbarium van de Royal Botanic Garden in Edinburgh.

Bloem

2012

Dit is een stukje Beemster, de polder die 400 jaar geleden drooggelegd is. Toen het voormalige meer in opdracht van de kooplieden van Amsterdam leeggepompt was, bouwden ze er hun lusthoven in. De rest van het nieuwe land werd voor landbouw en veeteelt, tuinbouw en boomgaarden bestemd. De rechthoekige, aan de werktafel bedachte, vorm van de kavels geeft de Beemster zijn bijzondere indeling, die later ook in de stad New York is toegepast. In deze tijd zie je nieuwe lusthoven ontstaan, zoals het Langhuis aan de Jisperweg in Westbeemster, waar deze bloem een heel klein onderdeeltje van is. Soms gaat het om de schoonheid van een fragment.

Kniphofia

2012

Deze bloem heeft zijn oorsprong in het zuidelijke en oostelijke deel van het Afrikaanse continent. Er zijn zo’n 40 tot 60 species bekend. De planten komen voornamelijk voor aan de voet van bergen, bij voorkeur in vochtige omstandigheden zoals langs beken en rivieren, in ruig grasland en op stenige plaatsen. Het geslacht Kniphofia is genoemd naar Johannes Hieronymus Kniphof (1704-1763), professor in de medicijnen aan de Erfurt Universiteit in Duitsland. Kniphof schreef een aantal boeken zoals Botanica in Originali en Herbaricum Vivum. Hierin waren 1200 illustraties van gedroogde planten opgenomen. 

Narcisamaniet

2012

De onderkant van een Narcis-amaniet. Deze bleekgeel tot okergele, giftige paddenstoel komt algemeen voor in naaldbossen in de duinen van Noord-Holland en de Waddeneilanden. De plaatjes aan de onderzijde van de hoed bevatten sporen, de kiemen voor een nieuwe paddenstoel. De bovenkant van de hoed beschermt de sporen tegen regen zodat ze niet verkleven en de steel zorgt ervoor dat de sporen niet direct onder de betreffende paddenstoel op de grond vallen, maar makkelijk verspreid kunnen worden door de wind.

Begonia

2011

De familie der Begoniaceae bestaat uit wel duizend soorten en is daarmee de omvangrijkste uit de plantenwereld. Van oorsprong komen begonia's uit warme, vochtige, bosrijke streken. Er zijn zelfs klimmende varianten. De naam van deze plantenfamilie is ontleend aan een voormalige gouverneur van de Franse kolonie Haïti, Michel Bégon.

Dennenappel

2011

Een kegelvrucht is een met schubben afgezette houtige kegel van een naaldboom, in dit geval van een spar. De spar is van de den te onderscheiden doordat de naalden bij de spar regelmatig langs de loten en bij de den in bosjes bij elkaar staan. Ook heeft de spar platte, driehoekige of vierhoekige naalden en de den ronde. De groene leerachtige kegels die aan de takken hangen, kleuren in de herfst bruin. Hoewel de zaden eerder rijp zijn, kunnen ze pas uit de kegel vallen als de schubben uit elkaar gaan staan, wat pas in het volgend voorjaar gebeurt. In de daarop volgende herfst  vallen de kegels af.

Kievitsbloem

2011

De Kievitsbloem of wel Fritilaria Meleagris is een plant uit de leliefamilie. De bloemen hebben een bijzondere geblokt patroon. In Nederland is het in het wild een zeer zeldzaam bolgewas geworden en daarom ook wettelijk beschermd. De naar verhouding grote zaden verspreiden zich al drijvend op het water. De plant is voor zijn verspreiding dan ook afhankelijk van overstromingen en een hoge waterstand in de winter. Niet verwonderlijk dus dat de laatste wilde kievitbloemen nog langs de oevers van rivieren gevonden worden. 

Papaverbloem

2011

Papaver Oriëntale, een Oosterse klaproos. De donker zwartbruine meeldraden steken prachtig af tegen de bloembladen van deze ‘Beauty of Livermore’, een grootbloemige variëteit met felgekleurde oranjerode bloemen. Het natuurlijke verspreidingsgebied loopt van de Kaukasus tot ver in Iran. Deze vaste plant kan uitgroeien tot wel 1m hoogte. Bovenop de behaarde steel ontplooit zich een bloem van tien tot vijftien centimeter groot.  

De tulp

2010

De Tulp komt van origine uit het verre oosten (Kazachstan en omliggende landen, waar nog volop wilde tulpen groeien). Door veroveringen van de Turkse sultan Süleyman I is dit gebied onder Ottomaanse invloed komen te staan. Zo werd de tulp, vernoemd naar de tulipan (de tulband, het hoofddeksel van de sultans), aan het Ottomaanse hof de grote modebloem. Rond 1590 bracht Carolus Clusius de eerste tulpenbollen naar Nederland.

Rhododendron

2010

Rhododendron (van het Griekse ροδον – rhodon - wat "roos" betekent, en δενδρον – dendron - wat "boom" betekent) is een geslacht van bloeiende planten in de familie Ericaceae. Deze familie bestaat wel uit meer dan 1000 soorten, waar onder andere heide en ook - voor de hand liggender - azalea’s behoren. De rhododendron is afkomstig uit deHimalaya en berggebieden in China. In Nepal en Sikkim is het de nationale bloem, zo ook in de staten West Virginia en Washington in de Verenigde Staten.

Iris

2010

De iris komt in bijna alle kleuren van de regenboog voor, op echt rood na. De connectie van deze prachtige bloem met de regenboog komt voort uit de Griekse mythologie. De godin Iris was de boodschapper tussen goden en mensen. Met haar gouden vleugels en gevleugelde voeten daalde zij af van de hemel naar de aarde en daarbij blies de wind haar langs de regenboog voort.

Leander

2010

Leander Ouderwetse Engelse roos uit het assortiment van David Austen. Warm abrikoos, verkleurend naar bleekroze met glanzende, donkergroene bladeren en zeer ziektebestendig. De roos heeft een heerlijke frambozengeur. Als klimroos komt hij tot een hoogte van 3,5 meter
 

Varen

2010

De varen behoort tot een bekende plantengroep (Pteropsida). Er zijn duizenden verschillende soorten varens. Ze komen overvloedig voor in regenwouden, want in die leefomgeving is vocht gegarandeerd. Deze soort ontspringt uit een wortelstok.

Boom

2009

Sjabloonschilderij: Ingelijst achter glas.